Trots toont ze haar paspoort en een groene kaart waarop de vreemdelingen politie heeft aangetekend dat ze vrijwillig terugkeert. Ze is vastbesloten. 'Ik kwam hier op zoek naar vrijheid. In het begin liep ik rechtop met lichte schouders. Toen werd ik illegaal. Het eerste jaar ging het nog wel. Het tweede jaar werd al moeilijker. Ik heb goede kleren. Ik werk en ik verzorg mezelf. Aan de buitenkant zie je niets. Maar van binnen sterf ik langzaam.'
Er rijdt een politiewagen door de straat. 'Voor hen hoef ik niet meer bang te zijn.' De groene kaart die ze in haar hand klemt, is de vrijbrief. 'Het leven hier is niet vrij. Ik word snel ouder. Ik mis mijn moeder. En waarvoor? Voor een open lucht gevangenis.'
Ze heeft haar vertrek stil voorbereid. Zoveel mogelijk veiligheidsmaatregelen ingebouwd. Ze weet niet wat ze aantreft in haar thuisland. Of ze ongemoeid door de douane komt. Ze weet niet of ze niet meteen gearresteerd wordt. Haar vlucht destijds haalde de krant. Overheidsmedewerkers noemden haar een landverrader. Een grotere aanklacht is ondenkbaar in haar vaderland waar een totalitair regiem met straffe hand heerst.
Maar toen ze op een avond uitschoot met het vleesmes en zichzelf lelijk sneed. Toen ze niet naar een arts kon om het bloeden te stelpen. Daar zat op haar kamertje, toekijkend hoe het bloed met iedere hartslag harder uit haar hand stroomde. Toen besloot ze dat ze niet langer in Nederland wilde blijven.
Ze is jong en intelligent. Ze voorziet volledig in haar eigen onderhoud, ondanks het werkverbod dat geldt voor illegalen. Ze werkt bij mensen thuis en achter coulissen. Ze heeft vrienden gemaakt en fietst met tulpen op haar bagagedrager door de stad. Een mooie, jonge, krachtige vrouw die goed Nederlands spreekt en schrijft. Een aanwinst zou je denken voor een vergrijzende samenleving.
Ze vertrekt. Ondanks het negatieve reisadvies dat geldt voor haar land van herkomst. Ondanks haar eigen angst. Want de autoriteiten hier zijn voor haar niet beter dan de heersers daar. Liever het gevaar thuis onder ogen zien, dan bang ontheemd schuilen. Ze is dapper en sterk. Net als vele van haar lotgenoten. Maar de moed en de kracht die nodig zijn om onderdrukking te ontvluchten, worden niet gezien in een samenleving die geregeerd wordt door lafaards.
###
zondag 8 april 2012
vrijdag 6 april 2012
Economische moord en economische zelfmoord ineen
Het stuk op nonfiXe 'De vicieuze cirkel van de armoede' van gisteren, haalt de Internet krant DeWereldMorgen.be aan. In dat artikel spreekt de Belgische auteur Professor Dr. Etienne Vermeersch aan op gebrek aan ethiek en onkunde. Onkunde die blijkt uit de uitspraak dat een minister de wet moet volgen. De regering maakt de wet! De wet is geen statisch begrip, die dient mee te fluctueren met het maatschappelijk belang, zo valt de tekst te parafraseren.
Dan is het avond. Minister Kamp vertoont zich op de Nederlandse televisie. En hij doet wat de Belgische prof voorschrijft, maar nog een graadje erger. Hij refereert aan de wet die hij heeft te volgen - neemt geen verantwoordelijkheid voor het maken van wetten - en vervolgens slaat hij ons juridische staatsbestel van tafel door de Raad van State in de hoek te zetten. Een Raad van State overigens waar zijn vriend Donner een niet onbelangrijke functie bekleedt die hij op weinig transparante wijze heeft verkregen.
In beide gevallen gaat het over asielzoekers. Dat die vooral weg moeten en niet mogen werken. Kort door de bocht? Nou nee, want daar komt het bottom line op neer.
In Griekenland klaagt een 77-jarige apotheker zijn regering op de meest genadeloze wijze aan. Dimitris Christoulas pleegt zelfmoord met een pistool op het drukke Syntagmaplein in Athene. In zijn afscheidsbrief staat dat hij liever waardig aan zijn einde komt, dan eten te moeten zoeken in vuilnisbakken. Het zelf bijeen gespaarde pensioen van de man is in de rook der bezuinigingen opgegaan. De Grieken spreken van economische moord in plaats van over zelfmoord.
De Belgen en de Nederlanders zijn niet beter. Hier plegen kabinetsleden even harde economische aanslagen, liefst op de zwakste groepen in de samenleving. Vandaag in Nederland zijn de jongeren aan de beurt, die geen stage mogen lopen om hun studie af te ronden. Ze moeten terug naar derde wereld landen die gekort worden op ontwikkelingsgelden, en krijgen zo min mogelijk vaardigheden en kennis mee.
Tegelijkertijd twittert Groenlinks kamerlid Tofik Dibi dat in 2025 470.000 extra mensen in de zorg nodig zijn en de prognose is dat er maar 20.000 beroepskrachten bijkomen.
Dus, wat doen we: we sturen waardevolle arbeidskrachten weg naar een lege toekomst en creëren tegelijkertijd een tekort waar we zelf de dupe van zijn. Dat is economische moord en economische zelfmoord in een.
Bravo!
###
Dan is het avond. Minister Kamp vertoont zich op de Nederlandse televisie. En hij doet wat de Belgische prof voorschrijft, maar nog een graadje erger. Hij refereert aan de wet die hij heeft te volgen - neemt geen verantwoordelijkheid voor het maken van wetten - en vervolgens slaat hij ons juridische staatsbestel van tafel door de Raad van State in de hoek te zetten. Een Raad van State overigens waar zijn vriend Donner een niet onbelangrijke functie bekleedt die hij op weinig transparante wijze heeft verkregen.
In beide gevallen gaat het over asielzoekers. Dat die vooral weg moeten en niet mogen werken. Kort door de bocht? Nou nee, want daar komt het bottom line op neer.
In Griekenland klaagt een 77-jarige apotheker zijn regering op de meest genadeloze wijze aan. Dimitris Christoulas pleegt zelfmoord met een pistool op het drukke Syntagmaplein in Athene. In zijn afscheidsbrief staat dat hij liever waardig aan zijn einde komt, dan eten te moeten zoeken in vuilnisbakken. Het zelf bijeen gespaarde pensioen van de man is in de rook der bezuinigingen opgegaan. De Grieken spreken van economische moord in plaats van over zelfmoord.
De Belgen en de Nederlanders zijn niet beter. Hier plegen kabinetsleden even harde economische aanslagen, liefst op de zwakste groepen in de samenleving. Vandaag in Nederland zijn de jongeren aan de beurt, die geen stage mogen lopen om hun studie af te ronden. Ze moeten terug naar derde wereld landen die gekort worden op ontwikkelingsgelden, en krijgen zo min mogelijk vaardigheden en kennis mee.
Tegelijkertijd twittert Groenlinks kamerlid Tofik Dibi dat in 2025 470.000 extra mensen in de zorg nodig zijn en de prognose is dat er maar 20.000 beroepskrachten bijkomen.
Dus, wat doen we: we sturen waardevolle arbeidskrachten weg naar een lege toekomst en creëren tegelijkertijd een tekort waar we zelf de dupe van zijn. Dat is economische moord en economische zelfmoord in een.
Bravo!
###
woensdag 4 april 2012
De Doorschuiffabriek
Johan denkt aan zijn caravan, terwijl hij zijn e-mail opent. Het ding kan wel een wasbeurt gebruiken, voordat hij en zijn vrouw er volgende week mee op uit trekken. Wanneer kan hij dat doen? Misschien kan hij vanmiddag na de lunch weg. Hier is toch niet veel te beleven. Johan werkt bij provincie Likmevestje. Al zo’n dertig jaar. Sinds hij zijn studie regionale economie afrondde. Hij kent het klappen van de zweep inmiddels.
In de mailbox zit een pdf met teksten over een krachtig Europees project waarvan Johan de manager is. Met een zucht opent hij het mailtje. ‘Wat willen ze nu weer?’ Maar het valt mee. Hij hoeft alleen maar akkoord te geven. Zonder naar de inhoud te kijken, roept hij zijn secretaresse. ‘Akkoordeer jij die teksten even voor me. Ik ben vanmiddag buitenshuis en kan niet gestoord worden.’ Hij pakt zijn jas van de kapstok en vertrekt.
Aan de andere kant van het provinciehuis heeft Hugo een bespreking over een brochure die hij moet uit besteden. Gelukkig zijn er door het College preferred suppliers aangewezen en hoeft hij alleen maar op de lijst te kijken wie er aan de beurt is voor de opdracht. Nadat Hugo genoteerd heeft wat de oplage moet zijn en waar de dozen met drukwerk straks heen moeten, opent hij zijn pc. De secretaresse van Johan bevestigt in een e-mail dat de pdf over het Europees programma goedgekeurd is. Hugo zendt met een druk op de knop de teksten door naar de drukker. Zo weer iets afgerond. Tijd voor koffie.
Een week later worden tweehonderd boeken met essays afgeleverd in de hal van het provinciehuis. Johan is met zijn vrouw en caravan op pad. Hugo neemt ze aan. De secretaresse weet niet voor wie de uitgave bedoeld is. De dozen worden zolang opgeslagen.
Na een maand vraagt de gedeputeerde aan Johan waar de teksten zijn. Hij wil ze meenemen naar Brussel waar een nieuwe tender is. Door te laten zien hoe goed ze dat vorige project hebben gedaan, hoopt de bestuurder geld los te krijgen voor een volgend project. Johan is de boekjes allang vergeten. Hij voelt lichte paniek opkomen en blaft naar zijn secretaresse. Zij weet het ook niet. ‘Je bent incompetent,’ gromt Johan. ‘Ik zal het zelf wel weer oplossen.’ Hij belt met Hugo. ‘Ja, ik kan het me herinneren,’ zegt die. ‘Maar waar liggen die dingen ook al weer? Ik zoek het uit.’
Johan neemt de middag vrij. Hij kan niet tegen zoveel stress. Rond vieren belt Hugo op zijn mobiele telefoon. ‘Gevonden.’ De volgende ochtend brengt Johan de boeken naar de gedeputeerde. Hij heeft zelf de tekst nog steeds niet gelezen. Maar het ziet er aardig uit. En, helemaal volgens de huisstijl van Likmevestje. De bestuurder complimenteert Johan en suggereert dat hij op de lijst staat voor een promotie. Om dat te vieren, belt Johan zijn vrouw en vraagt of ze die middag met hem wil lunchen in de stad. ‘Hier is toch niet veel te doen,’ zegt hij. ‘Dan kunnen we meteen even kijken naar nieuwe kussens voor in de caravan.’
De gedeputeerde op zijn beurt, kijkt evenmin naar wat er geschreven staat. Hij laat een doos boeken in zijn dienstauto zetten en vertrekt naar Brussel. Daar maakt hij indruk met de uitgave, die ongelezen het archief in gaat. De provincie krijgt subsidie voor een volgend project, hetgeen de gedeputeerde meer aanzien in het College geeft. Johan maakt promotie en koopt een grotere caravan.
De boeken liggen in diverse kasten. Ongelezen. Dat is maar goed ook voor Johan en zijn vrienden. Want de vormgever, de preferred supplier, wist helegaar niet wat hij ermee aan moest. Het waren Engelse teksten. Hij heeft zijn best gedaan. De arme zzp-er is een drukke man en neemt niet de tijd om zich te verdiepen in de inhoud van wat hij vormgeeft. Als gevolg daarvan staan grafieken op de verkeerde plaats, zijn alinea’s driedubbel afgedrukt en andere overgeslagen. Er staan wat onleesbare tekens in de tekst en de inhoudsopgave klopt niet. Maar dat geeft niet, want het kan niemand iets schelen.
Voor wie het zich afvraagt: De schrijvers zijn al lang uit beeld. Ze hebben betaald gekregen en daarmee basta.
###
In de mailbox zit een pdf met teksten over een krachtig Europees project waarvan Johan de manager is. Met een zucht opent hij het mailtje. ‘Wat willen ze nu weer?’ Maar het valt mee. Hij hoeft alleen maar akkoord te geven. Zonder naar de inhoud te kijken, roept hij zijn secretaresse. ‘Akkoordeer jij die teksten even voor me. Ik ben vanmiddag buitenshuis en kan niet gestoord worden.’ Hij pakt zijn jas van de kapstok en vertrekt.
Aan de andere kant van het provinciehuis heeft Hugo een bespreking over een brochure die hij moet uit besteden. Gelukkig zijn er door het College preferred suppliers aangewezen en hoeft hij alleen maar op de lijst te kijken wie er aan de beurt is voor de opdracht. Nadat Hugo genoteerd heeft wat de oplage moet zijn en waar de dozen met drukwerk straks heen moeten, opent hij zijn pc. De secretaresse van Johan bevestigt in een e-mail dat de pdf over het Europees programma goedgekeurd is. Hugo zendt met een druk op de knop de teksten door naar de drukker. Zo weer iets afgerond. Tijd voor koffie.
Een week later worden tweehonderd boeken met essays afgeleverd in de hal van het provinciehuis. Johan is met zijn vrouw en caravan op pad. Hugo neemt ze aan. De secretaresse weet niet voor wie de uitgave bedoeld is. De dozen worden zolang opgeslagen.
Na een maand vraagt de gedeputeerde aan Johan waar de teksten zijn. Hij wil ze meenemen naar Brussel waar een nieuwe tender is. Door te laten zien hoe goed ze dat vorige project hebben gedaan, hoopt de bestuurder geld los te krijgen voor een volgend project. Johan is de boekjes allang vergeten. Hij voelt lichte paniek opkomen en blaft naar zijn secretaresse. Zij weet het ook niet. ‘Je bent incompetent,’ gromt Johan. ‘Ik zal het zelf wel weer oplossen.’ Hij belt met Hugo. ‘Ja, ik kan het me herinneren,’ zegt die. ‘Maar waar liggen die dingen ook al weer? Ik zoek het uit.’
Johan neemt de middag vrij. Hij kan niet tegen zoveel stress. Rond vieren belt Hugo op zijn mobiele telefoon. ‘Gevonden.’ De volgende ochtend brengt Johan de boeken naar de gedeputeerde. Hij heeft zelf de tekst nog steeds niet gelezen. Maar het ziet er aardig uit. En, helemaal volgens de huisstijl van Likmevestje. De bestuurder complimenteert Johan en suggereert dat hij op de lijst staat voor een promotie. Om dat te vieren, belt Johan zijn vrouw en vraagt of ze die middag met hem wil lunchen in de stad. ‘Hier is toch niet veel te doen,’ zegt hij. ‘Dan kunnen we meteen even kijken naar nieuwe kussens voor in de caravan.’
De gedeputeerde op zijn beurt, kijkt evenmin naar wat er geschreven staat. Hij laat een doos boeken in zijn dienstauto zetten en vertrekt naar Brussel. Daar maakt hij indruk met de uitgave, die ongelezen het archief in gaat. De provincie krijgt subsidie voor een volgend project, hetgeen de gedeputeerde meer aanzien in het College geeft. Johan maakt promotie en koopt een grotere caravan.
De boeken liggen in diverse kasten. Ongelezen. Dat is maar goed ook voor Johan en zijn vrienden. Want de vormgever, de preferred supplier, wist helegaar niet wat hij ermee aan moest. Het waren Engelse teksten. Hij heeft zijn best gedaan. De arme zzp-er is een drukke man en neemt niet de tijd om zich te verdiepen in de inhoud van wat hij vormgeeft. Als gevolg daarvan staan grafieken op de verkeerde plaats, zijn alinea’s driedubbel afgedrukt en andere overgeslagen. Er staan wat onleesbare tekens in de tekst en de inhoudsopgave klopt niet. Maar dat geeft niet, want het kan niemand iets schelen.
Voor wie het zich afvraagt: De schrijvers zijn al lang uit beeld. Ze hebben betaald gekregen en daarmee basta.
###
maandag 26 maart 2012
Burgerlijke Ongehoorzaamheid YES!!
Hij woont al tien jaar in Hoogblokland, een dorp met 1464 inwoners in de Alblasserwaard. Hij is vader, echtgenoot en Afghaan van geboorte. Gevlucht. Uitgeprocedeerd. Zijn gezin mag blijven. Hij niet.
Mohammed Rafiq Naibzay moet terug naar Afghanistan. Maar niet als het aan de bewoners van Hoogblokland ligt. Burgemeester Els Boot schaart zich achter hen en heeft de politie verboden om mee te werken aan uitzetting van Naibzay: ‘Ik ben als burgemeester gehouden aan mijn zorgplicht voor elke inwoner. Ik kan niet met de handen op de rug een dergelijk drama in mijn gemeente afwachten. Daarnaast staan de inwoners van Hoogblokland vierkant achter het goed geïntegreerde gezin. Ik heb dan ook alle reden om mij ernstige zorgen te maken over wat een uitzetting teweeg zal brengen in de gemeenschap.’ Zo is op 26 maart 2012 te lezen in Gorkums nieuws. De gemeenteraad heeft een brandbrief geschreven aan Gerd Leers. Peter Breedveld schreef tweemaal over het gezin in Frontaal Naakt. Mauro’s vrienden maken zich sterk.
Naibzay moet blijven. In Hoogblokland worden petities geschreven, bijeenkomsten georganiseerd, plannen beraamd en schuilplekken ingericht.
Kortom: Den Haag heeft het nakijken.
De inhumane migratiepolitiek van de afgelopen jaren, de jacht op mensen, het opsluiten in zwaar beveiligde gevangenissen van onschuldige mensen en ja, zelfs kinderen, de deportaties ... Eindelijk pikken we het niet langer dat dit in onze naam gedaan wordt. En brave burgers verzetten zich, weigeren nog langer te berusten en ze overtreden, als het moet, de wet. Want die wet die spoort niet. Die is ethisch fout. Mauro was de prins die de kikkers in de laaglanden wakker kuste en het koude bloed opwarmde.
Ieder dorp, iedere wijk heeft z’n eigen Naibzay en z’n eigen Mauro of zoals in Vught z'n eigen Afrisinia. En in ieder dorp en iedere wijk staan mensen op om deze te verdedigen tegen de eigen Nederlandse overheid. Goed zo Nederland! Verdedig je traditie van tolerantie en gastvrijheid. Ga staan voor de Rechten van de Mens, van ieder mens en geef ze in Den Haag maar iets om écht over na te denken: de basis van hun regeringsbevoegdheid. Want volgens mij is die nogal wankel...
###
Mohammed Rafiq Naibzay moet terug naar Afghanistan. Maar niet als het aan de bewoners van Hoogblokland ligt. Burgemeester Els Boot schaart zich achter hen en heeft de politie verboden om mee te werken aan uitzetting van Naibzay: ‘Ik ben als burgemeester gehouden aan mijn zorgplicht voor elke inwoner. Ik kan niet met de handen op de rug een dergelijk drama in mijn gemeente afwachten. Daarnaast staan de inwoners van Hoogblokland vierkant achter het goed geïntegreerde gezin. Ik heb dan ook alle reden om mij ernstige zorgen te maken over wat een uitzetting teweeg zal brengen in de gemeenschap.’ Zo is op 26 maart 2012 te lezen in Gorkums nieuws. De gemeenteraad heeft een brandbrief geschreven aan Gerd Leers. Peter Breedveld schreef tweemaal over het gezin in Frontaal Naakt. Mauro’s vrienden maken zich sterk.
Naibzay moet blijven. In Hoogblokland worden petities geschreven, bijeenkomsten georganiseerd, plannen beraamd en schuilplekken ingericht.
Kortom: Den Haag heeft het nakijken.
De inhumane migratiepolitiek van de afgelopen jaren, de jacht op mensen, het opsluiten in zwaar beveiligde gevangenissen van onschuldige mensen en ja, zelfs kinderen, de deportaties ... Eindelijk pikken we het niet langer dat dit in onze naam gedaan wordt. En brave burgers verzetten zich, weigeren nog langer te berusten en ze overtreden, als het moet, de wet. Want die wet die spoort niet. Die is ethisch fout. Mauro was de prins die de kikkers in de laaglanden wakker kuste en het koude bloed opwarmde.
Ieder dorp, iedere wijk heeft z’n eigen Naibzay en z’n eigen Mauro of zoals in Vught z'n eigen Afrisinia. En in ieder dorp en iedere wijk staan mensen op om deze te verdedigen tegen de eigen Nederlandse overheid. Goed zo Nederland! Verdedig je traditie van tolerantie en gastvrijheid. Ga staan voor de Rechten van de Mens, van ieder mens en geef ze in Den Haag maar iets om écht over na te denken: de basis van hun regeringsbevoegdheid. Want volgens mij is die nogal wankel...
###
maandag 12 maart 2012
Het is ons niet gelukt
Barokke zuilen, bloemen, veel bloemen, de Maagd, een skelet en Perzisch tapijt beschenen door Oosterse lampen, gitaren, portret, alles asymmetrisch maar doordacht links en rechts van de standaard waarop de kist kwam, een houten, planken kist terwijl de Vorst en de Drie Ons diagonaal als wachters rechtop, kaarsrecht maar met knipperende ogen hem bewaakten – hem die ze niet hadden kunnen redden, samen met al die vrienden, die ook gefaald hebben. De vlakke vloer als In Memoriam huiskamer. De theaterzaal tot trap en podium bevolkt. Een loodzwaar afscheid. Het is ons niet gelukt.
Jouw zelfverkozen dood, wij wisten dat je dat wenste, wij wilden je stoppen. We konden het niet. Jij bent er nu van af. Wij niet. Nog lang niet.
Onze theaterman met twee kanten; Licht – spot on – en Zwart als een zelfimploderende ster. Wat was je eenzaam tussen ons allen die van je hielden, op je dreven en je aanzwengelden. Tussen ons die - met wie je, aan keukentafels zat, en alles besprak behalve de allerlaatste beslissing die je nam, die van jou alleen was. De bevrijdende beslissing?
Theater is twijfel.
Boosheid en Begrip. Verwarring en Bewondering. Oneindig Jammer maar Dapper. Dat vonden we vandaag bij elkaar toen we je Vaarwel zeiden. Honderden schuldigen in één theaterzaal. Honderden machtelozen op één tribune.
Je hebt je eigen publiek omgevormd tot spelers in jouw laatste voorstelling. Als in een surreëel toneel liepen we stuk voor stuk naar jouw kist, zonder te geloven dat het echt zo was. Dat je het echt gedaan had. Maar jankend als een kind dat zijn moeder zoekt. Scheurend als een valse gitaar zonder ogen. We volgden jouw regie-aanwijzingen, strompelden door jouw decor en de Vorst en de Drie Ons bewaakten jou. Zo kwetsbaar, zo broos, zo echt en niet meer hier.
Het is ons niet gelukt.
###
Jouw zelfverkozen dood, wij wisten dat je dat wenste, wij wilden je stoppen. We konden het niet. Jij bent er nu van af. Wij niet. Nog lang niet.
Onze theaterman met twee kanten; Licht – spot on – en Zwart als een zelfimploderende ster. Wat was je eenzaam tussen ons allen die van je hielden, op je dreven en je aanzwengelden. Tussen ons die - met wie je, aan keukentafels zat, en alles besprak behalve de allerlaatste beslissing die je nam, die van jou alleen was. De bevrijdende beslissing?
Theater is twijfel.
Boosheid en Begrip. Verwarring en Bewondering. Oneindig Jammer maar Dapper. Dat vonden we vandaag bij elkaar toen we je Vaarwel zeiden. Honderden schuldigen in één theaterzaal. Honderden machtelozen op één tribune.
Je hebt je eigen publiek omgevormd tot spelers in jouw laatste voorstelling. Als in een surreëel toneel liepen we stuk voor stuk naar jouw kist, zonder te geloven dat het echt zo was. Dat je het echt gedaan had. Maar jankend als een kind dat zijn moeder zoekt. Scheurend als een valse gitaar zonder ogen. We volgden jouw regie-aanwijzingen, strompelden door jouw decor en de Vorst en de Drie Ons bewaakten jou. Zo kwetsbaar, zo broos, zo echt en niet meer hier.
Het is ons niet gelukt.
###
zaterdag 10 maart 2012
En Bataille!
Een klein meisje vecht voor haar leven, onderkoeld in een couveuse. Ze weet niet eens wat het is, leven. Een dag oud, een dag in slaap. Toch zegt iets haar dat het de moeite waard is.
En bataille!
Een volwassen man neemt zijn leven. Vierenveertig jaar ervaring zeggen hem dat het nooit beter gaat worden. Hij is moe van de spoken in zijn hoofd. Rust!
Tussen hen door lopen de anderen, van huisdeur naar autoportier, van auto naar airconditioned kantoor. Iedere dag, behalve op de geïdealiseerde vrije dag, dan gaan ze naar de supermarkt, doen hun boekhouding, wieden onkruid omdat het moet. Eindelijk weekend! Avond voor de tv, of naar de kroeg, eten met vrienden en steeds maar weer dezelfde gesprekken.
Dat begint al jong, wanneer je naar school gaat. Het eerste wat je leert is je aanpassen, doen als de anderen. De kinderen die zich daartegen verzetten, daar weet ons systeem wel raad mee. Ze worden geknecht door leerplichtambtenaren als ze een keer te vaak te laat zijn, ook al was er onderweg van huis naar school een spin een web aan het weven of een stoeptegel die scheef lag en daardoor aandacht vroeg.
Of je hebt ADHD of een variant daarop en krijgt medicijnen tegen je drukte. Het is namelijk lastig, zo druk als jij bent. Zo snel afgeleid.
Als je geen ADHD of een variant erop hebt, maar wel enigszins afwijkt, dan ben je op z’n minst dyslectisch. Ook vrij lastig voor de leerkracht, want ja, er zitten 30 leerlingen in een klas. En allemaal hebben ze wel wat.
Nu zijn we er: Allemaal hebben ze wel wat.
Die kinderen zijn namelijk individuen, met eigen wensen, dromen, angsten, talenten enzovoort. En ze hebben nog (net) niet geleerd dat je eigenheid moet verstoppen. Daarvoor zitten ze in een klas met nog dertig anderen. Dat is wat ze daar moeten leren: Aanpassen. Conformeren biedt comfort.
Tussen het vechten voor je leven en de doodswens ligt een eindeloos schijnende leegte van soms wel tachtig jaren alledaagse verveling, zekerheden waarmee we onze tijd doden. We vergeten het existentiële gevecht waartoe we op aarde zijn. We conformeren aan comfort.
Dat meisje, die kleine leeuwin bleek tussen de lakens van hygiëne, onaangeraakt, zal zij, als ze wint, zich ooit laten temmen door de conventies die ons, haar soortgenoten, levend dood houden?
GODNONDEJU
Wij zijn sukkels. Wij leven niet. Wij zijn bang en doen maar liever niets. Tot we geraakt worden. Diep. Door iets wat op het scherp van leven en dood snijdt en wonden achterlaat die de vaste baan en de supermarkt niet kunnen helen. Iets wat we niet weg kunnen consumeren.
En wie dat niet lukt? Wie probeert het geheim van leven te ontdekken, een andere route neemt en vragen tegenkomt waarvan de antwoorden niet in de schappen van de super liggen. Die wordt of goeroe (en geconsumeerd) of uitgestoten.
Maar: Leven is risico’s nemen, ademen, rennen, slapen en vallen en nieuwsgierig zijn, je vooral wel laten afleiden – griezelend en gefascineerd - door een fabuleuze spin, stilstaan bij een ander. Als de man van vierenveertig dat had gevoeld was hij er misschien mee doorgegaan, met leven. Als de brave burger dat voelt, wordt hij minder braaf. Als je dood wilt, heb je in feite niets meer te verliezen, dan kun je er vol inbeuken. En als je wilt leven, geldt hetzelfde: En bataille!
Alleen voor degenen die noch dood willen noch willen leven, maar gewoon hun tijd uitzitten, telt dat ze de tijd moeten doden. Tot ze geraakt worden. Diep. Door iets wat op het scherp van leven en dood snijdt en wonden achterlaat die de vaste baan en de supermarkt niet kunnen helen.
Het kleine meisje in de couveuse weet het wel: zij leeft!
In die kleine steriele ruimte tussen de lakens van hygiëne.
Of het nu lang duurt of kort.
Mon enfant, ma petite, bonne route!
###
En bataille!
Een volwassen man neemt zijn leven. Vierenveertig jaar ervaring zeggen hem dat het nooit beter gaat worden. Hij is moe van de spoken in zijn hoofd. Rust!
Tussen hen door lopen de anderen, van huisdeur naar autoportier, van auto naar airconditioned kantoor. Iedere dag, behalve op de geïdealiseerde vrije dag, dan gaan ze naar de supermarkt, doen hun boekhouding, wieden onkruid omdat het moet. Eindelijk weekend! Avond voor de tv, of naar de kroeg, eten met vrienden en steeds maar weer dezelfde gesprekken.
Dat begint al jong, wanneer je naar school gaat. Het eerste wat je leert is je aanpassen, doen als de anderen. De kinderen die zich daartegen verzetten, daar weet ons systeem wel raad mee. Ze worden geknecht door leerplichtambtenaren als ze een keer te vaak te laat zijn, ook al was er onderweg van huis naar school een spin een web aan het weven of een stoeptegel die scheef lag en daardoor aandacht vroeg.
Of je hebt ADHD of een variant daarop en krijgt medicijnen tegen je drukte. Het is namelijk lastig, zo druk als jij bent. Zo snel afgeleid.
Als je geen ADHD of een variant erop hebt, maar wel enigszins afwijkt, dan ben je op z’n minst dyslectisch. Ook vrij lastig voor de leerkracht, want ja, er zitten 30 leerlingen in een klas. En allemaal hebben ze wel wat.
Nu zijn we er: Allemaal hebben ze wel wat.
Die kinderen zijn namelijk individuen, met eigen wensen, dromen, angsten, talenten enzovoort. En ze hebben nog (net) niet geleerd dat je eigenheid moet verstoppen. Daarvoor zitten ze in een klas met nog dertig anderen. Dat is wat ze daar moeten leren: Aanpassen. Conformeren biedt comfort.
Tussen het vechten voor je leven en de doodswens ligt een eindeloos schijnende leegte van soms wel tachtig jaren alledaagse verveling, zekerheden waarmee we onze tijd doden. We vergeten het existentiële gevecht waartoe we op aarde zijn. We conformeren aan comfort.
Dat meisje, die kleine leeuwin bleek tussen de lakens van hygiëne, onaangeraakt, zal zij, als ze wint, zich ooit laten temmen door de conventies die ons, haar soortgenoten, levend dood houden?
GODNONDEJU
Wij zijn sukkels. Wij leven niet. Wij zijn bang en doen maar liever niets. Tot we geraakt worden. Diep. Door iets wat op het scherp van leven en dood snijdt en wonden achterlaat die de vaste baan en de supermarkt niet kunnen helen. Iets wat we niet weg kunnen consumeren.
En wie dat niet lukt? Wie probeert het geheim van leven te ontdekken, een andere route neemt en vragen tegenkomt waarvan de antwoorden niet in de schappen van de super liggen. Die wordt of goeroe (en geconsumeerd) of uitgestoten.
Maar: Leven is risico’s nemen, ademen, rennen, slapen en vallen en nieuwsgierig zijn, je vooral wel laten afleiden – griezelend en gefascineerd - door een fabuleuze spin, stilstaan bij een ander. Als de man van vierenveertig dat had gevoeld was hij er misschien mee doorgegaan, met leven. Als de brave burger dat voelt, wordt hij minder braaf. Als je dood wilt, heb je in feite niets meer te verliezen, dan kun je er vol inbeuken. En als je wilt leven, geldt hetzelfde: En bataille!
Alleen voor degenen die noch dood willen noch willen leven, maar gewoon hun tijd uitzitten, telt dat ze de tijd moeten doden. Tot ze geraakt worden. Diep. Door iets wat op het scherp van leven en dood snijdt en wonden achterlaat die de vaste baan en de supermarkt niet kunnen helen.
Het kleine meisje in de couveuse weet het wel: zij leeft!
In die kleine steriele ruimte tussen de lakens van hygiëne.
Of het nu lang duurt of kort.
Mon enfant, ma petite, bonne route!
###
woensdag 7 maart 2012
Deadline
Een touw met een knoop
Die je zelf legde
Bewust
En het is stil
In de stilte raas ik voort. Je had toch alles? Een huis, een baan, vrienden en talent? De dochter die thuis komt, trekt een natte fietsband over de vloer. Alles komt binnen door de voordeur. Jij hield die dicht. En toch kwam het binnen, de natte band wiste de sporen van de zon. Modder.
Een springerige enthousiaste man, wat mager waarschijnlijk omdat hij voortdurend in beweging is, vertelt over de jamsessie en het is net of ik ‘m opnieuw beleef. Het is pauze en we staan buiten in de nazinderende zomernacht. Pilsje in de hand. De bungeejumper is alweer door naar zijn volgende voorstelling. Die is nog in de maak: Een zacht project over onrecht geschreven en gespeeld door jonge makers. ‘Ze zijn nog aan het schrijven. Mogen ze eens met jullie komen praten?’
Je hing het touw
En keek of het hoog genoeg was
Testte de knoop
Nog een keer
Acrobaten springen tussen de bomen, maar wij zitten in het gras als picknickers met ieder een glas wijn in de hand. Ons lachen schatert tussen de kreten van de buitelaars door. De beweeglijke man moet het in deze houding vooral van zijn mimiek hebben. Dat lukt onwaarschijnlijk goed. De verontwaardiging over cultuurbezuiniging kleurt tot onder zijn bril, dan wit, bijna strak gelaat. Oranje geel: ‘Ik ken een regisseur die hen kan helpen’. Hij wijst naar de acrobaten.
Zing Vecht Huil Bid Lach Werk & Bewonder
Het is een stuk over vreemdelingen, gespeeld door vreemdelingen, de acrobaten die naar de hemel sprongen, maar voor wie de Nederlandse grens potdicht blijft. Hij loopt rond in zijn verende pas en beweegt als een postelastiek, de wat magere man. Alles wat hier nu gebeurt, valt onder zijn verantwoordelijkheid. Dit is wat hij doet: theater maken of liever nog theatermakers theater laten maken. ‘Kom naar de voorstelling van Jan Martens’, fluistert hij tussen de bedrijven door, ‘I can ride a horse whilst juggling so marry me’ en fladdert weg.
Wat dacht je?
Of dacht je niet?
Voelde je?
Of was je zonder tastbaar
Iets
‘Ik laat je wat zien,’ zegt hij tegen een van de acrobaten en neemt hem mee naar een dansvoorstelling. ‘Kom met me mee,’ zegt hij en loopt door bossen. Hij praat over dans en theater, over makers, veel over makers. Een hond loopt weg. Die weet meer. ‘De auto rijdt niet,’ zegt hij en laat zich slepen. Zijn oude Mercedes heeft het allang gezien.
Het touw hing stevig
De knoop was sterk
Je wil was krachtig
Toen was het stil
In het decor van je dood
###
Die je zelf legde
Bewust
En het is stil
In de stilte raas ik voort. Je had toch alles? Een huis, een baan, vrienden en talent? De dochter die thuis komt, trekt een natte fietsband over de vloer. Alles komt binnen door de voordeur. Jij hield die dicht. En toch kwam het binnen, de natte band wiste de sporen van de zon. Modder.
Een springerige enthousiaste man, wat mager waarschijnlijk omdat hij voortdurend in beweging is, vertelt over de jamsessie en het is net of ik ‘m opnieuw beleef. Het is pauze en we staan buiten in de nazinderende zomernacht. Pilsje in de hand. De bungeejumper is alweer door naar zijn volgende voorstelling. Die is nog in de maak: Een zacht project over onrecht geschreven en gespeeld door jonge makers. ‘Ze zijn nog aan het schrijven. Mogen ze eens met jullie komen praten?’
Je hing het touw
En keek of het hoog genoeg was
Testte de knoop
Nog een keer
Acrobaten springen tussen de bomen, maar wij zitten in het gras als picknickers met ieder een glas wijn in de hand. Ons lachen schatert tussen de kreten van de buitelaars door. De beweeglijke man moet het in deze houding vooral van zijn mimiek hebben. Dat lukt onwaarschijnlijk goed. De verontwaardiging over cultuurbezuiniging kleurt tot onder zijn bril, dan wit, bijna strak gelaat. Oranje geel: ‘Ik ken een regisseur die hen kan helpen’. Hij wijst naar de acrobaten.
Zing Vecht Huil Bid Lach Werk & Bewonder
Het is een stuk over vreemdelingen, gespeeld door vreemdelingen, de acrobaten die naar de hemel sprongen, maar voor wie de Nederlandse grens potdicht blijft. Hij loopt rond in zijn verende pas en beweegt als een postelastiek, de wat magere man. Alles wat hier nu gebeurt, valt onder zijn verantwoordelijkheid. Dit is wat hij doet: theater maken of liever nog theatermakers theater laten maken. ‘Kom naar de voorstelling van Jan Martens’, fluistert hij tussen de bedrijven door, ‘I can ride a horse whilst juggling so marry me’ en fladdert weg.
Wat dacht je?
Of dacht je niet?
Voelde je?
Of was je zonder tastbaar
Iets
‘Ik laat je wat zien,’ zegt hij tegen een van de acrobaten en neemt hem mee naar een dansvoorstelling. ‘Kom met me mee,’ zegt hij en loopt door bossen. Hij praat over dans en theater, over makers, veel over makers. Een hond loopt weg. Die weet meer. ‘De auto rijdt niet,’ zegt hij en laat zich slepen. Zijn oude Mercedes heeft het allang gezien.
Het touw hing stevig
De knoop was sterk
Je wil was krachtig
Toen was het stil
In het decor van je dood
###
Abonneren op:
Posts (Atom)