dinsdag 29 januari 2013

De Opmars der Trutten


De onfatsoenlijken onder ons moet mores geleerd worden. Zij die zich niet aanpassen kunnen geen aanspraak meer doen op basisrechten, zoals eerlijke rechtspraak, vrije tijd of vrijheid van meningsuiting. 

In Vught plant het college van B&W ‘maatschappelijk nuttige werkzaamheden’ voor mensen met een uitkering. Onder het mom, ‘iets terug doen’, zullen ze de straat vegen, oude vrouwtjes helpen met oversteken en sokken stoppen.

Landelijk mag er gejaagd worden op overvallers, relschoppersen ander gespuis. Op facebook groeit het aantal ‘wanted dead or alive’ oproepen met foto’s van ‘daders’. Geen idee of het ook echt ‘daders’ zijn. Maar de zaak van Piet z’n ouders is overvallen – zegt Piet - en hij plaatst een still van de beveiligingscamera op het net. Als justitie het kan, kan Piet het ook.

Universiteiten verhangen schilderijen waarop een naakt staat afgebeeld. Die opruiende doeken kunnen naar de vochtige kelder. In Leiden worden eerstejaars beboet omdat ze een rondje in Adams kostuum door de stad rennen.

Ondertussen klusteren we voor de tv, gezellig onder ons, om afscheid te nemen van de Majesteit die in 1980 zo roerig de troon besteeg. Geen onvertogen woord, van niemand, zelfs niet van overtuigd Republikeinen.

We zijn de roerigheid beu en het roerend eens. Fatsoen moet je doen. Het CDA heeft meer gewonnen dan uit de kamerzetels blijkt, we kopiëren massaal Balkenendes opgestoken vingertje.

Zelfcensuur, volksgerecht en preutsheid kenmerken de Nederlandse samenleving van vandaag. Vrijheid, vrolijkheid, onenigheid, rommel en chaos daar doen we in Nederland niet meer aan.

Wrijving is het begin van ieder creatief proces. Frictie wekt energie op. Onbetamelijke vragen en opmerkelijke antwoorden leiden tot vernieuwing. Diversiteit en afwijking maken een samenleving interessant. Leven is groeien en leren, fouten mogen maken en opnieuw beginnen, ontdekkingen doen, uitproberen, doorzoeken, rennen, lachen en builen vallen.

Leven is niet streven naar het grafschrift: ‘Hier rust een fatsoenlijk mens. Hij betaalde keurig belasting en harkte zijn voortuin.’

Afbeelding boven uit Herfst van Lucebert: Kinderen buiten / verminken de stilte / Oh beminnelijk litteken

###

Geen opmerkingen:

Een reactie posten